Voor m’n tachtigste wereldberoemd

Ik ben in gesprek met Laura Bas, een jonge professional van Gen Z, die me recht aankijkt en vraagt: “Wat heb jij nou nog te verliezen?” Ik moet lachen. “Ja,” zeg ik, “dat denk ik zelf ook weleens. Wat heb ik nou nog te verliezen?” Ik ben de pensioenleeftijd al lang voorbij. In theorie zou ik morgen kunnen stoppen. Maar dat wil ik niet. Integendeel.

Sterker nog: ik heb een ambitie die misschien wat ongebruikelijk klinkt voor iemand van mijn leeftijd. Voor mijn tachtigste wil ik nog wereldberoemd worden. Niet uit ijdelheid, maar omdat ik geloof in wat ik doe. Omdat ik denk dat de boodschap die ik breng – over hoe generaties in organisaties werken, samenwerken en zich ontwikkelen – ertoe doet. Niet alleen voor teams en organisaties, maar ook voor de samenleving als geheel.

Waarom stoppen geen optie is
Laura vraagt me waarom ik dat eigenlijk wil, die zichtbaarheid. Ten diepste weet ik dat misschien niet precies, maar ik wéét dat ik met iets bezig ben wat goed is. Wat klopt. Iets waar ik nog steeds door gefascineerd ben, na al die jaren werken met generaties. Als ik kijk naar organisaties, zie ik hoe ze soms muurvast zitten in gewoontes waar niemand meer gelukkig van wordt. En toch blijven we die patronen herhalen. Niet omdat we dat willen, maar omdat onze hersenen zo werken. Omdat het voelt als ‘zoals het hoort’.

Daar zit voor mij de kern. Die patronen zijn niet onveranderlijk. Als je je openstelt voor hoe anderen – bijvoorbeeld een jongere generatie zoals Laura – het aanpakken, ontstaat er ruimte. Ruimte om los te laten. Ruimte om te vernieuwen. En ik geloof dat juist in die uitwisseling, tussen generaties, de sleutel ligt voor duurzame verandering in organisaties.

Dus nee, ik ben nog lang niet klaar. Ik heb misschien niets meer te verliezen, maar des te meer te geven.

Privacy Preference Center